Antwerpen

De diamantwijk in Antwerpen tegenover het monumentale Centraal Station loopt naadloos over in de Joodse wijk en de ultraorthodoxe Joden die er rondlopen lijken allemaal exact op elkaar. Zwarte jurken, hoedje, bril, pijpenkrullen, lakschoenen. Tuurlijk is dat niet erg; Indianen lijken ook allemaal op elkaar net als Eskimo’s en management consultants. Maar dat gedraai en geloer in en rond die diamantwinkeltjes maakt het geheel compleet surrealistisch. Joden zijn altijd goed geweest in handel (ze hebben er een neus voor, zijn mijn oom altijd) en hebben voor een hoop welvaart gezorgd en doen dat ongetwijfeld nog steeds. Maar wat is de link tussen dat diepe geloof en die blinkende steentjes? Dat gaat toch niet samen? Het schijnt trouwens dat Indiërs de diamantmarkt grotendeels hebben overgenomen en dat de Joodse invloed op het grote geld flink is afgenomen maar die indruk krijg ik niet. Het zijn in ieder geval de Joden die het straatbeeld domineren.

Op weg naar het Antwerpen Stadspark realiseerde ik mij ineens dat ik niet snel een Jood zou aanspreken om de weg te vragen. Ten eerste voel ik afstand door die aparte outfits. Ten tweede lopen ze nogal snel en meen ik ze constant een gebed te horen prevelen. Dat wil ik uiteraard niet verstoren. Ten derde ben ik denk ik bang dat ik iets verkeerds zou kunnen zeggen wat uitgelegd kan worden als antisemitisch. Geen idee wát dat zou moeten zijn want ik ben verder helemaal niet met dit thema bezig maar ik heb het idee dat Joden uiterst gevoelig zijn voor welke insinuatie of verwijzing dan ook.

En dan die diamanten. Daar hangt toch wel een zweem van illegaliteit omheen. Smalle straatjes, dikke auto’s, een papieren zak die vanuit een Mercedes aan een Joodse jurk werd overhandigd (man, ik durfde bijna niet te kijken). Je voelt dat er iets niet klopt, dat er iets vreemd is. Dat er in dit gebied gedoogd wordt en er hogere machten aan het werk zijn.

En het Stadspark komt dan als een bevrijding. Als een driehoekige diamant ligt dat stukje natuurschoon tussen de hoge gebouwen te wachten op wandelaars zoals ik. Ik die niks met diamanten heeft, niks met zilver, niks met goud. Ik knik een bedelaar toe, leg mijn hand op het hoofd van een kind en loop een stukje over het water.

Heerlijke stad, Antwerpen.

media_xll_5237374

1 reactie

  1. mam says:

    geweldig mooi verwoord.

    Reply

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*